 |
Geboorte en oorlog Een beter moment voor zijn geboorte had Max nauwelijks kunnen kiezen. Het was namelijk precies de dag dat de oorlog in zijn geboorteland Indonesië (toen nog Nederlands-Indië genoemd) feitelijk uitbrak. De dag dat de Japanse strijdkrachten vanuit het noorden van Borneo het land binnenvielen, alles meedogenloos uitroeiend wat hen in de weg stond. Daartoe behoorden ook alle mannelijke leden van zijn familie van vaderskant, die in West-Borneo woonden – de staat waarvan zijn grootvader sultan was. Deze werd, samen met zijn drie zoons, door het vijandelijke leger vermoord. Max’ vader, de jongste zoon, ontsnapte aan dit lot omdat hij als luitenant van het KNIL – het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger - in Malang, Oost-Java, was gestationeerd waar hij korte tijd later ook als krijgsgevangene werd geïnterneerd.
Max’ vader was geboren in Pontianak, de hoofdstad van West-Borneo, en was van Arabische afkomst. Hij had echter een westerse opvoeding in Singapore genoten en in Batavia, het huidige Jakarta, de HBS doorlopen waarna hij de officiersopleiding aan de KMA te Breda heeft gevolgd. Max’ moeder was Nederlandse en de jongste dochter van een administrateur die aan het hoofd stond van een koffie- en theeplantage. Ze was geboren in Soerabaja en noemde zich Nederlands Hervormd maar ging niet naar de kerk. "Je hebt geen kerk nodig om een goed mens te zijn", was haar mening. Max aanschouwde het levenslicht in Malang. Een beter moment had hij dus nauwelijks kunnen kiezen, want hij kon hier vanwege de uitgebroken oorlog direct beginnen met het leren overleven onder zeer moeilijke omstandigheden en het ondergaan van zware beproevingen.
Overleven Een gedeelte van Max’ geboortestad werd door de Jappen tot concentratiekamp omgebouwd. Zijn moeder, zijn drie jaar oudere zuster Edith en hij bleven echter buiten het kamp, waar het leven, zoals nog altijd slechts bij weinigen bekend, nog zwaarder was dan in de kampen. Na de oorlog zou zijn moeder zeggen: "De mensen hebben er geen idee van hoe het leven buiten de kampen was. Alles werd je afgenomen en je moest maar zien hoe je aan eten kwam. In het kamp kreeg je, hoe weinig ook, tenminste nog ìets te eten". Voor een moeder met twee jonge kinderen zoals zij was dit natuurlijk een onvoorstelbaar moeilijke periode. Deze periode zou vier jaar duren.
In deze jaren heeft Max, klein als hij was, vrijwel alle tropische ziekten opgelopen en overwonnen, ondanks het feit dat er nauwelijks medicijnen verkrijgbaar waren. Louter zijn krachtige wil tot overleven, hield hem in leven.
Ook leerde hij toen reeds het dragen van verantwoordelijkheid. Want hij voelde feilloos de onvrijwillige scheiding van zijn ouders aan. Ook voelde hij zich, als enig mannelijk lid, hoofd van dit gezin - een bekend gegeven dat in de psychologie 'parentificatie' wordt genoemd. Verantwoordelijkheidsgevoel zou als een rode draad door zijn leven lopen en een belangrijke voorwaarde blijken voor een integere uitoefening van zijn latere levensopdracht en werk als medium, healer en boodschapper van de Allerhoogste.
Na de oorlog werd het gezin herenigd. Hen bereikte toen echter de onheilstijding over de gruwelijke dood van Max’ grootvader en diens oudste zoons. De vader van Max werd daarop, als enig overgebleven zoon en vanwege zijn westerse oriëntatie, door de Nederlandse regering gevraagd zijn vader op te volgen. Na enig overleg besloot hij deze functie te accepteren en aldus werd Max' vader in oktober 1945 (Max was toen nog geen vier jaar oud) geïnstalleerd als Sultan Hamid II van West-Borneo.
Max' vader als Sultan Hamid II
Naar Nederland In de turbulente tijd van na de oorlog raakte het gezin ongewild betrokken bij de politieke machtsstrijd van het land. De Nederlandse regering eiste de rechten van haar vooroorlogse kolonie op, maar vond het Indonesisch nationalisme op haar weg. Dit nationalisme was tijdens de oorlog en met behulp van de Japanners, vanwege hun anti-westerse propaganda, sterk gegroeid en militaire middelen werden niet geschuwd. Uiteindelijk werd door de toenemende internationale druk besloten tot de officiële onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië.
De soevereiniteitsoverdracht zou plaatsvinden op 27 december 1949 in Amsterdam. Als voorzitter van de Federalisten en uit hoofde van zijn functie diende Max’ vader daarbij aanwezig te zijn om onder de Onafhankelijkheidsverklaring zijn handtekening te zetten, tezamen met die van onder andere Koningin Juliana en minister-president Drees.
In dat jaar vertrok het kleine gezin naar Nederland. Max’ vader zou hier echter niet lang blijven en begin 1950 keerde hij ambtshalve weer naar Indonesië terug. Zijn vrouw en twee kinderen bleven uit veiligheidsoverwegingen achter in Nederland. De avond voor zijn vaders vertrek, toen Max alleen in zijn slaapkamer in bed lag, begon hij nerveus met zijn hoofd te zwaaien, totdat hij een voor hem bekende stem hoorde die zei: "Heb geen angst, lief kind. Je zult hem weerzien". Dat was juist, maar dat zou nog zestien jaar duren. Want, teruggekeerd in Jakarta, werd zijn vader gearresteerd en andermaal gevangen genomen en zou hij, vanwege zijn pro-westerse gezindheid, opnieuw achter de tralies verdwijnen. Ditmaal niet voor vier jaar als krijgsgevangene van de Japanners, doch voor twaalf jaar als politiek gevangene van president Soekarno.
Max' vader als officier van het KNIL
Vrijheid Zo wordt Nederland het land waar Max opgroeit en zijn opleidingen volgt. De lagere school doorloopt hij (te) snel en op de middelbare school doubleert hij bijna alle klassen. Wegens onhandelbaar gedrag wordt hij van drie scholen gestuurd. Hij weigert zich aan te passen, tolereert geen gezag, wordt een notoire vechtersbaas en leider van een jeugdbende. Op zijn achttiende begint hij aan een zwerftocht door Europa, waar hij drie jaren de kost verdient als gitarist in een rock ‘n’ roll band. Ook werkt hij als druivenplukker in Frankrijk, is portrettekenaar en straatschilder in Spanje en Italië en duikt naar sponzen en koralen op de Griekse eilanden. Deze jaren vormen een belangrijke leerschool waarin Max meer meemaakt dan de meeste mensen in een heel leven. Hij heeft de vrijheid geproefd en zal deze nooit meer laten gaan!
Atheïst Rustiger geworden en een enorme dosis levenservaring rijker besluit Max, na terugkeer in Nederland, op zijn 22e jaar weer naar school te gaan en doorloopt nagenoeg moeiteloos de HBS in twee jaar tijd. Vervolgens laat hij zich inschrijven aan de universiteit waar hij - begaan als hij is met de Derde Wereld problematiek - de studie Niet-Westerse Sociologie volgt. Het is hier dat hij tot de rationele conclusie komt, dat een Hogere Macht niet kan bestaan. Hoe kan een liefdevolle God immers zoveel onrecht in de wereld toestaan? Als gevolg hiervan noemt hij zich atheïst en hij krijgt een hekel aan mensen die het tegendeel beweren en enig geloof of levensbeschouwelijke richting aanhangen. Waar zijn de bewijzen? vraagt hij dan. En als reïncarnatie bestaat, hoe verklaar je dan dat er nu veel meer mensen op aarde zijn dan vroeger? Het is natuurlijk onwetendheid van zijn kant. En het is ook nog niet de bedoeling dat hij nu reeds het Hogere zal accepteren. Er dienen nog vele aardse leerprocessen te worden doorlopen voordat hij gereed zal zijn voor zijn missie, die - vanwege de omvang en diversiteit ervan - zich pas rond zijn 50e levensjaar zal openbaren.
Crisis en inkeer Wanneer Max 32 jaar is, belandt hij in een persoonlijke crisis. Het lijkt alsof alle tegenslagen welke zich in zijn leven hebben voorgedaan, tegelijkertijd aan de oppervlakte komen. Daartoe behoort ook de epilepsie waaraan hij sinds zijn dertiende jaar lijdt en die hij in al die tijd verdrongen heeft. Deze ziekte heeft hij altijd als zwakheid gezien die niet paste in zijn zelfbeeld van gezinshoofd en drager van verantwoordelijkheid. Een tijd van inkeer en zelf-reflectie volgt – een periode waaruit hij als volwassene weer tevoorschijn komt.
Een nieuwe weg Max besluit van koers te veranderen. Hij gaat naar de Kunstacademie waar hij zich op zijn plaats voelt. Niemand kent er zijn achtergrond. Niemand weet van zijn afkomst af. De mensen die hij er ontmoet zijn zichzelf, en gedragen zich dienovereenkomstig. De meesten schromen niet om hun emoties te tonen; ze creëren hun eigen wereld en hebben er geen behoefte aan zich aan te passen of te voldoen aan voorgeschreven fatsoensnormen en uiterlijkheden. Velen denken onafhankelijk. Evenals Max. Natuurlijk selecteert hij, want ook hier zijn er lieden die omgeven zijn met negatieve energie. Deze herkent hij onmiddellijk en vermijdt hen dan ook. En het is ook hier dat er mensen zijn pad kruisen die geïnteresseerd zijn in spiritualiteit, waardoor zijn aversie ertegen gaandeweg afneemt.
Max voorziet in zijn levensbehoeften door de verkoop van tekeningen en schilderijen en neemt indien nodig een baan, maar nooit voor lang. Hij doet liever vrijwilligerswerk en leeft doorgaans op het minimumniveau, maar dit deert hem niet. In materie is hij niet geïnteresseerd. Op deze wijze behoudt hij in elk geval zijn vrijheid en hij blijft in contact met de maatschappij. Maar bij tijd en wijle geeft hij toe aan de sterke behoefte zich terug te trekken en de eenzaamheid op te zoeken. Zo zet hij onbewust de ontdekkingsreis voort die naar binnen leidt. En dat nu, zo zal hij later pas ten volle beseffen, is precies wat God van hem verlangt.
Want zonder zich ervan bewust te zijn, is Max vanaf zijn geboorte voorbereid op zijn levenstaak. Al die jaren is hij bezig geweest met het voorwerk. Immers, juist vanwege zijn onafhankelijke geest en zijn vrijgevochten levensstijl; juist vanwege het niet voldoen aan de heersende verwachtingen en het er ogenschijnlijk maar ‘op los leven’ - in plaats van een gezin te stichten en maatschappelijk 'succes' na te streven - is hij in staat gesteld om bij zichzelf te komen en zijn eigen kracht en energie te ontwikkelen. Deze bewustzijnsontwikkeling en het zich kunnen inleven in de pijn en de emoties van geestelijk en lichamelijk lijden door het persoonlijk ervaren ervan, alsmede het ontwikkelen van verantwoordelijkheids-gevoel, hebben tezamen de basis gevormd voor de prachtige taak die hij zichzelf voorgeboortelijk had opgelegd.
Transformatie Op 4 april 1991 was het zover. Op deze dag ontving Max een overweldigende Gods- of Verlichtingservaring en werd hij in één ogenblik getransformeeerd tot iemand die weet dat er meer is tussen hemel en aarde. Hij was 49 jaar (7x7) en de tijd was aangebroken om zijn onvoorstelbare missie te vervullen.

Anda, de partner van Max
|